Dagelijks laten democratische rechtsstaten honderdduizenden dienders hun beste
krachten geven aan een grote leugen: de wenselijkheid en de mogelijkheid om het gebruik
van bepaalde drugs maatschappelijk uit te bannen. Hoog tijd voor een verstandiger beleid,
ook gezien de levensgevaarlijke risico’s voor politiemensen.
Vanaf het begin van de 20-ste eeuw begon men in Amerika steeds meer drugs
strafrechtelijk te verbieden, zogenaamd om de volksgezondheid te verbeteren. Het verbod
op alcoholgebruik (de drooglegging) riep zo’n golf van misdaad en geweld op dat het al
snel weer teruggedraaid werd. Met drugs zoals opium gebeurde dat niet. Integendeel, de
lijst met verboden middelen werd steeds langer.
Ook begon Amerika na 1945 steeds meer druk uit te oefenen op andere landen om zich
aan te sluiten bij zijn ‘gezondheidsbeleid’. Begin jaren zeventig riep president Richard
Nixon zelfs een war on drugs uit. Bombardementen, giflozingen, moordpartijen – alles
bleek toegestaan om een wereld zonder drugs te realiseren.
Vijftig jaar later heeft deze agressieve benadering niet geleid tot minder beschikbare
drugs, maar slechts tot meer corruptie en geweld en vele, vele slachtoffers onder burgers,
politiemensen, advocaten, journalisten en rechters.
Een extra wrang resultaat als je bedenkt dat het jaarlijkse aantal sterfgevallen door
toegestane drugs als alcohol en tabak vele malen hoger is dan dat door de verboden
drugs.
Het wordt tijd dat politiemensen in verzet komen tegen deze misleide en hypocriete
aanpak van een sociaal-medisch vraagstuk. Dat kan om te beginnen door je uit te spreken
voor andere politieke keuzes.

