Verslag LEAP NL conferentie Hoe maken we de drugsketen compliant?

Op 30 januari 2026 kwamen ruim 120 deelnemers bijeen in HUB50 voor de LEAP-conferentie over de toekomst van het drugsbeleid. De centrale vraag: hoe zou een gecontroleerde productie-, distributie- en consumptieketen eruit kunnen zien om drugsgerelateerde problemen te verkleinen?

De samenstelling van het publiek onderstreepte het interdisciplinair karakter van de dag: circa 25% beleidsmakers en wetshandhavers, 25% professionals uit de verslavingszorg, 25% wetenschappers en onderzoekers en 25% andere geïnteresseerden.

Moderator Gerben Wijnja hield de zaal steeds scherp bij het doel van de bijeenkomst. In de openingsspeech van LEAP-lid, oud-politieagent en veiligheidsexpert Martijn Donkers werd het huidige drugsbeleid vergeleken met het gedrag van een struisvogel: de kop in het zand terwijl het probleem groeit. Burgemeester Paul Depla benadrukte het belang van het samen zoeken naar oplossingen binnen een breed gezelschap. Bernard ter Haar becijferde namens de hooggeachte commissie Denkwerk dat drugshandel een laagdrempelig lucratief verdienmodel vormt. De commissie concludeerde in 2023 dat alle middelen die wij binnen onze landsgrenzen produceren op een zo kort mogelijke termijn moeten worden gereguleerd ten einde controle te nemen over dit verdienmodel. Opvallend is ook het argument van zij commissie dat beleid grotere kans van slagen heeft als er ook maatschappelijk draagvlak wordt gecreëerd – iets wat dmv regulering bevorderd wordt omdat mensen soms ook positieve argumenten hebben om drugs te consumeren waardoor ze minder bereid zijn om repressief beleid te steunen. Het verbod ondermijnt op die manier ook het gezag in zijn geheel. 

Mensenrechten en internationale verdragen

In de vorige LEAP conferentie werd het drugsverbod uitgedaagd, maar om controle te nemen wil niemand wetten noch verdragen overtreden. In het panel over internationalisering nam professor internationaal strafrecht Masha Fedorova het publiek mee in haar academische analyse met als conclusie: mensenrechtenverdragen hebben voorrang op drugsverdragen, terwijl deze verdragen onderling conflicteren. Om ze te harmoniseren moet regulering volgens haar aan vijf voorwaarden voldoen die je als volgt zou kunnen samenvatten:

  1. Bescherming fundamentele rechten
  2. Betere gezondheidsbescherming
  3. Democratische verankering
  4. Nationaal gesloten systeem
  5. Ontmoediging en voorlichting

Deze vijf principes bleken als rode draad terug te komen in latere bijdragen van de dag.

Ann Fordham, directeur van het International Drug Policy Consortium (IDPC), liet in het panel zien hoe bijvoorbeeld het cocablad eenvoudig binnen deze voorwaarden gereguleerd zou kunnen worden. Cocablad is vergelijkbaar met koffie en het verbod is historisch geworteld in racistische aannames. Pogingen om het blad via VN-mechanismen te herclassificeren zijn onlangs mislukt, wat laat zien dat de oude verdragen hun houdbaarheid verliezen. Daarom is zij blij dat er door lidstaten is besloten tot een grondige onafhankelijke evaluatie van het hele VN-drugssysteem.

Een mogelijke tussenstap vormt zogenaamde inter se-modificatie: lidstaten sluiten onderling verdragen die mensenrechten en drugsverdragen beter met elkaar verenigen.

Europese kaders en Tsjechisch voorbeeld

Binnen de EU vallen drugs formeel niet in bestaande categorieën: het is geen voedsel, geen supplement en geen geneesmiddel. De Tsjechische adviseur van het ministerie van Justitie, Jana Michailidu, vertelde hoe haar land deze impasse doorbrak met de Psychomodulating Substances Act. Deze aangenomen wet creëert een apart juridisch kader met leeftijdsgrenzen, kwaliteitsnormen en vergunningen voor productie en verkoop van specifieke middelen. Opvallend genoeg is hiervoor brede politieke steun, juist omdat de overheid nu meer controle heeft dan in de situatie zonder regelgeving.

Wetenschap: gecontroleerd aanbod werkt

Professor verslavingskunde Wim van de Brink presenteerde robuust onderbouwd onderzoek naar gecontroleerde verstrekking en kostenbesparende interventies. Zo daalt de brede maatschappelijke schade van circa €50.000 naar €38.000 per gebruiker per jaar wanneer heroïne legaal en gratis wordt verstrekt.

Hij besprak ook onderzoek naar dexamfetamine als substituut voor crackgebruik en de eerste resultaten van het Mainline-onderzoek naar gecontroleerde crackverstrekking. De sterk gemarginaliseerde doelgroep staat hier opvallend positief tegenover.

Daarnaast behandelde Van de Brink in vogelvlucht cannabis en psychose/schizofrenie, methodiek om drugsschade te meten en te vergelijken tussen middelen, de opzet van het Nederlandse wietexperiment en pogingen om consensus te vinden rond xtc-regulering. Zijn pleidooi om de subsidiestop op Mainline terug te draaien kreeg luid applaus.

Live MCDA: regulering scoort beter

Na de pauze hielden Gjalt-Jorn Peters met assistent Timo van Ommeren de volle zaal muisstil met een interactieve MCDA-oefening (Multi-Criteria Decision Analysis). De deelnemers met uiteenlopende professionele achtergrond werd gevraagd om op hun eigen smartphone een kwartier lang distributie modellen voor alcohol, xtc, cocaïne en cannabis met verwachte maatschappelijke gevolgen op een speciaal voor deze gelegenheid ontwikkelde applicatie te becijferen.

In real time tekende zich de herkenbare prohibition paradox parabool af, waarbij gelijk een discussie tussen twee vooraanstaande analisten -Marks en Buchanan- werd beslecht. Repressie geeft meer schade dan vrije verkoop, maar regulering levert veruit de minste schade. Er bleken interessante perceptieverschillen tussen beroepsgroepen, maar de algemene richting lijkt eenduidig. 

De Britse drugsbeleidsanalist Steve Rolles onderbouwde deze bevindingen met voorbeelden uit verschillende landen en concrete voorstellen voor verpakking, dosering en verkoop. 

Hij strooide behendig met sterke oneliners in propper English zoals:

  • “Prohibition is very bad at prevention.”
  • “regulation is harm reduction.”
  • ”prohibition is the radical experiment.”

Omdat cannabis momenteel in Nederland in een transitiefase zit, was hier extra aandacht voor in een sterk cannabispanel bestaande uit Orville Bovenschen, Simone van Breda, Stijn Hoorens en Edwin Kruisbergen.

Er is consensus dat legale cannabis schoner is en dat criminaliteit afneemt. De prevalentie is wel iets hoger, maar juist niet onder minderjarigen. Het is nog onduidelijk of de bekende 20/80-verdeling (20% van de gebruikers consumeert 80% van de cannabis) verschuift. 

Het Nederlandse gesloten-coffeeshopketen-experiment scoort beter op preventie dan de Canadese staatswinkels. In Canada wordt de industrie nauwelijks betrokken bij preventiecampagnes. Interessant is dat alcoholverkoop daar lijkt te dalen sinds cannabis via staatsalcoholbedrijven wordt verkocht, wat mogelijk de alcohol lobby tegen de regulering verklaart.

Kritische noten en realisme

Edwin Kruisbergen noemde regulering een risicovol sociaal experiment en vroeg zich tot wanhoop van enkele aanwezigen af waaruit blijkt dat prohibitie niet werkt. Tegelijk erkende het panel dat volledige liberalisering zoals in Thailand ongewenste wildgroei veroorzaakt zoals onderzoek aantoont. Juist daarom wordt het Nederlandse experiment als voorzichtig en verantwoord gezien.

Regulering werkt alleen als er handhaving is.
Er is een wezenlijk verschil tussen iets willen reguleren en het ook daadwerkelijk kunnen reguleren.

De conferentie bood geen simpele oplossingen, maar wel iets misschien belangrijkers: genuanceerde feiten, eerlijke dilemma’s en een open gesprek over hoe een menswaardiger, effectiever en realistischer drugsbeleid eruit kan zien.

Foto’s Door Gonzo Media en Has Cornelissen.